Onderzoek naar duurzaamheidsbeleid supermarkten ontkracht hardnekkige mythes

O

Welke supermarkt – na koploper Ekoplaza – helpt consumenten het best om voor duurzaam voedsel te kiezen? De Lidl. Dit is één van de opmerkelijke uitkomsten van een onderzoek van Questionmark in opdracht van Milieudefensie. Het onderzoek naar duurzaamheidsbeleid van supermarkten ontkracht een aantal hardnekkige mythes. Het is bovendien niet gebaseerd op enquêtes over gepercipieerde duurzaamheid (waar supermarkten vaak reclame mee maken), maar op onderliggende data en rapportages. Hieronder staan de mythes.

Ranglijst onderzoek naar duurzaamheidsbeleid van supermarkten van Questionmark in opdracht van Milieudefensie

Vijf mythes

❌ “Duurzaam is duur.”
Duurzaamheid vergt flinke investeringen, maar die betalen zich terug in termen van lagere kosten voor energie, grondstoffen en water, en minder toekomstige schade door bijvoorbeeld verlies aan bodemvruchtbaarheid. Bedrijven die strategisch opereren en investeren, en langetermijnrelaties onderhouden met leveranciers, hebben dus niet per se een concurrentienadeel. Wel kan gebrek aan overheidsbeleid belemmerend werken en tijdelijke concurrentienadelen opleveren. Overigens werken lagere kosten voor energie, grondstoffen en water de Jevons-paradox in de hand, een probleem dat aanvullende oplossingen vereist.

❌ “De meeste supermarkten doen toch hun best?”
Supermarkten creëren veel poeha rondom hun duurzaamheidsambities, maar die stellen weinig voor. In de ranglijst van 0-100% uit dit onderzoek haalt niet één supermarkt meer dan 50%. En het feit dat een supermarkt met een discounterformule een tweede plaats behaalt, zet andere supermarktketens in hun hemd.

❌ “De brede middenmoot aan klanten wil nog niet aan duurzaamheid.”
Deze mythe horen wij nog steeds met grote regelmaat. Deze ranglijst geeft een ander beeld. De top-3 uit deze ranglijst heeft namelijk opgeteld een fors marktaandeel en bedient heel verschillende doelgroepen.

❌ “Eigendomsstructuur doet er niet toe.”
Over het algemeen geldt dat beursgenoteerde bedrijven onder continue druk van aandeelhouders staan om winst uit te keren. Eigenaren van familiebedrijven willen het bedrijf doorgeven aan een volgende generatie en richten zich meer op de lange termijn. Er zijn uitzonderingen en je kunt zeker niet alles ophangen aan dit ene onderzoek. Toch is het op z’n minst interessant te noemen dat de opvallende nummer 2 een familiebedrijf is.

❌ “Zelfregulering werkt.”
Het geldt lang niet voor alle bedrijven, maar veel bedrijven hebben wat de duurzaamheidstransities betreft een voorkeur voor zelfregulering en beschouwen minder vrijblijvend overheidsbeleid als een straf. Al jaren zijn overheden en supermarktketens in gesprek over zelfregulering. Deze ranglijst laat zien dat niet één supermarkt de helft van de punten haalt en ruim de helft van de supermarkten niet eens 30%. En dit onderzoek gaat nota bene in belangrijke mate over transparantie in de vorm van rapportages, niet over tastbare veranderingen in productieketens. Kortom, zelfregulering werkt niet. Bovendien is minder vrijblijvend overheidsbeleid geen straf, want duurzaamheid is op lange termijn niet duurder en minder vrijblijvend overheidsbeleid kan tijdelijke concurrentienadelen opheffen.

Bronvermelding

Het onderzoek is hier na te lezen.

Over de auteur

Paul Schenderling

Paul Schenderling is econoom, schrijver en spreker. Hij adviseert en schrijft over sociale en ecologische vraagstukken vanuit een economische invalshoek. Hij heeft ruim 10 jaar onderzoeks- en advieservaring en ervaring met politiek-bestuurlijke processen, op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hij is oprichter en programmaleider van Postgroei Nederland. In nauwe samenwerking met de deskundigen uit deze denktank schreef hij het boek 'Er is leven na de groei: Hoe we onze toekomst realistisch veiligstellen'.

Geef een reactie

Recente berichten