Nationale circulaire doelen fors omlaag gebracht

Al jaren schuiven opeenvolgende kabinetten de ambitieuze Rijksbrede doelstelling uit 2016 voor vermindering van het grondstoffenverbruik voor zich uit. Dit (demissionaire) kabinet zet er geen tandje bij maar heeft in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2025 dat onlangs is verschenen de nationale circulaire doelen fors omlaag gebracht (zie de figuur en toelichting hieronder). Op deze manier blijft een circulaire economie in 2050 ver uit het zicht, terwijl dat voor het milieu, ons toekomstig verdienvermogen (nieuwe businessmodellen en exportkansen) én onze strategische autonomie van essentieel belang is.

Hoe hebben achtereenvolgende kabinetten de circulaire doelen aangepast?

Hieronder een kort feitelijk overzicht hoe achtereenvolgende kabinetten de circulaire doelen hebben aangepast:

🔷 Rijksbreed programma Circulaire Economie 2016: “Het Rijksbrede programma circulaire economie richt zich op de ontwikkeling naar een vóór 2050 te realiseren circulaire economie. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen)doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel, metalen).”

🔷 Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 (nadat er 7 jaar te weinig beleid is gemaakt om de ambities waar te maken): “In het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 uit 2016 benoemt het kabinet de ambitie om toe te werken naar een circulaire economie in 2050, en halverwege te zijn in 2030. Dit laatste is vertaald in de richtinggevende doelstelling van 50 procent minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen. Hoewel deze doelen mobiliserend hebben gewerkt, zijn concretere doelen nodig om duidelijk richting te geven aan waar we naar toe werken, zowel ten aanzien van 2050 als het doel voor 2030.”

🔷 Nationaal Programma Circulaire Economie 2025: “De richtinggevende halveringsdoelstelling voor 2030 heeft mobiliserend en motiverend
gewerkt, zowel binnen Nederland als internationaal. Tegelijkertijd hebben we geleerd dat enkel sturen op reductie van grondstoffen geen garanties geeft voor kleinere leveringsrisico’s, verminderde afhankelijkheid van andere landen en een lagere milieudruk.”

Daarom zijn er vanaf 2025 drie doelen in plaats van één doel (voor 2035; met tussendoelen voor 2030):
(1) In 2035 wordt minimaal 82% van het afval gerecycled en minimaal 15% hoogwaardig gerecycled.
(2) Het aandeel duurzame biogrondstoffen en secundaire grondstoffen binnen ons grondstoffengebruik is in 2035 minimaal 55%.
(3) In 2035 is ons grondstoffengebruik (exclusief fossiel) 15% lager dan in 2016.

Commentaar op de nieuwe doelstelling

➡️ Nieuwe doelstelling (1) en (2) gaan de facto over meer recycling en meer biogrondstoffen. Maar: als gevolg van forse reboundeffecten (de Jevons-paradox) realiseren we met alleen meer recycling en meer biogrondstoffen geen circulaire economie. Wetenschappelijke studies wijzen namelijk uit dat consumptiegroei maar liefst 55% van de milieuwinst van dergelijke circulaire strategieën ongedaan maakt. Wat wél nodig is, en waar wetenschappers en het PBL onvermoeibaar op wijzen, zijn circulaire strategieën zo hoog mogelijk op de r-ladder: minder consumptie, producten intensiever gebruiken (bijv. delen) en een veel langere levensduur van producten.

➡️ Vanwege de Jevons-paradox is sturing op het verbruik van primaire, abiotische grondstoffen van essentieel belang. Deze doelstelling wordt echter flink afgezwakt.

Alternatieve doelen en oplossingen

Een visie mét ambitieuze circulaire doelstellingen én concrete oplossingen om daar te komen, vind je in ons nieuwe boek Continent van de Kwaliteit.

Paul Schenderling is econoom, schrijver en spreker. Hij adviseert en schrijft over sociale en ecologische vraagstukken vanuit een economische invalshoek. Hij heeft ruim 10 jaar onderzoeks- en advieservaring en ervaring met politiek-bestuurlijke processen, op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hij is oprichter en programmaleider van Postgroei Nederland. In nauwe samenwerking met de deskundigen uit deze denktank schreef hij het boek 'Er is leven na de groei: Hoe we onze toekomst realistisch veiligstellen'.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *