Waarom repareren we in Nederland zo weinig en hoe lossen we dat op?

Nederland heeft de ruimste garantiewetgeving van de EU maar we repareren minder apparaten dan elders in de EU. Waarom repareren we in Nederland zo weinig apparaten en hoe lossen we dat op? Ons onderzoek hiernaar in opdracht van het Ministerie van IenW is recent naar de Tweede Kamer gestuurd.

Conclusies

Onze conclusie is dat verkopers en fabrikanten weliswaar bekend zijn met de ruime Nederlandse garantiewetgeving, maar deze in de praktijk niet zo ruim toepassen als de wet beoogt. Zo communiceren veel verkopers en fabrikanten de Europese garantietermijn van twee jaar. Verkopers zijn hierbij vaak gebonden aan contractuele afspraken met fabrikanten. Als verkopers in lijn met de wet een ruimere garantie willen bieden, dan wordt dat door fabrikanten vaak niet vergoed. Het verhalen van de kosten (via het zogenoemde regresrecht) blijkt in de praktijk erg lastig te zijn. Verder mogen consumenten wettelijk in geval van een non-conform product een vervangend product eisen, tenzij de non-conformiteit te gering is. Als bedrijven een vervangend product aanbieden, dan is het vaak ondoorzichtig wat er met de defecte maar vaak nog repareerbare producten gebeurt. 

Daarnaast concluderen we dat het voor bedrijven in veel gevallen duurder is om te repareren dan om een nieuw of vervangend product te bieden. Dit geldt vooral voor goedkope en kwalitatief slechte apparaten. Ook constateren we dat EU-spelregels, zoals Ecodesign-regels en het CE keurmerk, worden ondergraven door groeiende import van kwalitatief slechte apparaten, met name via online platforms. Welwillende verkopers en fabrikanten hebben daar last van.

Aanbevelingen

We bevelen concrete maatregelen aan om de Nederlandse garantiewetgeving sterker te handhaven. Verder stellen we concrete maatregelen voor om reparatie binnen de garantietermijn weer de norm te maken.

Wat het Europese beleid betreft bevelen we aan om vernietiging van reparabele apparaten aan banden te leggen. Ook bevelen we aan om de Europese kwaliteitsstandaarden voor apparaten te verhogen en aan de grens veel strenger te handhaven. Om reparatie kostentechnisch concurrerender te maken is de enige structurele oplossing om de werkelijke kosten van het gebruik van primaire grondstoffen in de prijs te verdisconteren. Denk aan de invoering van een Europese grondstoffenbelasting op bepaalde materialen, zoals bepleit door de SER. 

Tot het zover is stellen we een maatregel voor die Nederland nu al kan nemen om repareren financieel aantrekkelijker te maken. Zo kan Nederland een circulaire bijdrage invoeren: een kleine bijdrage van consumenten bij de aanschaf van een nieuw apparaat, vergelijkbaar met de vroegere verwijderingsbijdrage. De bijdrage gaat in een fonds dat kortingen op reparatie, refurbishment en hergebruik financiert, gericht op nieuwe verdienmodellen voor mkb-bedrijven. Sufficiency heeft hier eerder onderzoek naar gedaan en dit idee is haalbaar en effectief gebleken.

Download het rapport

Je kunt het volledige onderzoeksrapport over reparatie van apparaten hier downloaden.

Ons eerdere rapport over de invoering van een circulaire bijdrage is hier te downloaden.

Paul Schenderling is econoom, schrijver en spreker. Hij adviseert en schrijft over sociale en ecologische vraagstukken vanuit een economische invalshoek. Hij heeft ruim 10 jaar onderzoeks- en advieservaring en ervaring met politiek-bestuurlijke processen, op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hij is oprichter en programmaleider van Postgroei Nederland. In nauwe samenwerking met de deskundigen uit deze denktank schreef hij het boek 'Er is leven na de groei: Hoe we onze toekomst realistisch veiligstellen'.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *