Nieuwe analyse en nieuwe oplossingen voor overconsumptie in de textielketen
plaatje toont wat er mis is met onze consumptie (in dit geval van textiel): het volume blijft stijgen, de prijs ligt vrijwel vlak. Dit impliceert: (1) er is in 40 jaar per saldo geen milieuwinst geboekt (2) werknemers worden zwaar uitgebuit. Maar: dit hoeft zeker niet zo te zijn. Met collega’s van Sufficiency en i.s.m. Berenschot hebben we dit in opdracht van het Ministerie van IenW uitgezocht. Ons onderzoek biedt een nieuwe analyse en nieuwe oplossingen voor overconsumptie in de textielketen
De enorme milieu-impact en oplossingen daarvoor
🟢 Ad 1. Het beleid richt zich met name op recycling, reparatie en een langere levensduur van textiel. Dit vermindert de milieu-impact per kledingstuk, maar omdat het volume zo hard stijgt, daalt de absolute milieu-impact veel te weinig. Bovendien komt volumegroei vooral door import van synthetische textiel van (zeer) slechte kwaliteit. Een gemiddeld kledingstuk in Nederland gaat daarom slechts 5 tot 7 wasbeurten mee. De trend van tweedehandskleding helpt ook niet, want mensen kopen én meer tweedehands én meer nieuw. Fashionbedrijven hanteren namelijk push-based businessmodellen met agressieve marketing en snel wisselende collecties. Kortom, dit beleid werkt, om het mild uit te drukken, onvoldoende.
Wat er nodig is, is overheidsingrijpen dat een harde rem zet op het volume, bijvoorbeeld middels textielquota (Europees) of middels een forse belasting op (ultra) fast fashion (nationaal). Idealiter combineert de overheid dat met productnormen die de technische levensduur van textiel verlengen en met maatregelen die kledingmarketing aan banden leggen. Het resultaat daarvan zou zijn: minder consumptie van textiel, en de textiel die we consumeren heeft een hogere prijs én een langere levensduur, waardoor consumenten over de hele levensduur gemeten niet duurder af zijn.
Uitbuiting van werknemers en oplossingen daarvoor
🔵 Ad 2. Het beleid heeft allerminst voorkomen dat er mondiaal een race naar de bodem heeft plaatsgevonden qua loonontwikkeling in de textielsector. De prijsontwikkeling van textiel laat dat duidelijk zien. Dat heeft concrete, schrijnende gevolgen. In vrijwel alle belangrijke textielproducerende landen is sprake van minimumlonen die substantieel lager liggen dan leefbare lonen die nodig zijn voor een menswaardig bestaan. Het gat tussen minimumloon en leefbaar loon is groot: ongeveer een factor 2. Daarnaast zijn werkweken van 75 uur per week min of meer de norm.
Wat er nodig is, is overheidsbeleid waarbij leefbare lonen plus een beperking van de werkweek tot 48 uur verplicht worden gesteld in de keten. Dat heeft niets met liefdadigheid te maken. Leefbare lonen en een redelijke beperking van de werkweek zijn rechten uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het absolute minimum van rechtvaardigheid. Dit betekent niet alleen voor bestaande werknemers een verandering van een mensonwaardig naar een menswaardig bestaan. Het betekent vanwege de inkorting van de werkweek óók per saldo een vergroting van de werkgelegenheid.
Tot slot
Kortom, de beide issues zijn groot maar er is een integrale oplossing mogelijk die én mensen én het milieu enorm vooruithelpen. Het onderzoek laat ook zien hoe buitengewoon nuttig postgroeiprincipes zijn om de grote problemen van onze tijd op te lossen. Voor meer inzichten over postgroei, zie ons boek Er is leven na de groei.
Het onderzoek is naar de Tweede Kamer gestuurd en is hier te downloaden.



Geef een reactie